Thema: De herfst

Woordenweb


Ik heb met de kinderen een woordweb gemaakt over de herfst. Op de foto zie je een spinnenweb met in het midden een grote spin met hierop het woord 'herfst'. Op de kleine grijze spinnen staan alle woorden die de leerlingen bij het thema herfst bedacht hebben. De woorden zijn zoveel mogelijk voorzien van een afbeelding, op deze manier kunnen de leerlingen zelf het woordweb nogmaals lezen.

Een boom in de klas

Van bruin karton hebben wij een boom geknutseld in de klas. Zie hier het resultaat:

In de boom hebben wij door de kinderen geknutselde eikeltjes gehangen.

Woordkaarten

Voor mijn groep 1/2 heb ik onderstaande woordkaarten gemaakt. De afbeeldingen van de woordkaarten zijn afkomstig van de woordkaarten van juf Sanne en een andere website waarvan ik de naam/link niet meer weet. Ik heb deze afbeeldingen samengevoegd en er nieuwe woordkaarten van gemaakt die ik geschikter vond voor gebruik in mijn groep.
Klik hier om de woordkaarten te downloaden

Kralenplank

Ik ben geen actieve kralenplank-ontwerper. Maar aangezien ik geen 'makkelijke' kralenplank voor de herfst kon vinden heb ik deze gemaakt voor mijn kleuters;

Rekenactiviteiten

Lange baarden/korte baarden


In de herfst groeien er in het bos allemaal paddenstoelen uit de grond. In die paddenstoelen wonen de kabouters. Kabouters hebben allemaal een baard, kijk maar (leg de kaarten op tafel, sommige kinderen zullen meteen het verschil tussen de baarden benoemen). De kabouters hebben als ze pas geboren zijn nog geen baard, die krijgen ze als ze wat ouder worden. De kabouters die knippen hun baarden nooit, de baarden groeien langer en langer en langer. Je kan tijdens de uitleg de leerlingen enkele vragen stellen, ken jij iemand die oud is? Ken jij iemand die jong is? Heeft jouw papa een baard? Waarom niet? Vraag aan de kinderen of zij weten welke kabouter het oudst is? Hoe zie je dat? (zijn baard is lang, het langst) En welke kabouter is het jongst? Hoe zie je dat? Deze kabouters leggen wij aan het begin van een rij. Welke kabouter is nu het jongst? Deze leggen we naast de eerste kabouter. Dit doen we tot alle kabouters op een rij liggen. Herhaal tijdens de activiteit regelmatig de begrippen kort(st) en lang(st). Als alle kabouters op een rij liggen vraag ik of de leerlingen nog weten welke kabouter het jongst en het oudst is, welke kabouter heeft de langste baard? en welke de korste? welke kabouter ligt aan het begin van de rij, welke aan het eind en welke in het midden? Zo kun je talloze begrippen aan deze activiteit koppelen. De leerlingen vonden deze activiteit erg leuk om te doen.

Klik hier om de kaarten met de kabouters te downloaden

Gekleurde paddestoelen


Wie de bedenker is achter deze activiteit is mij onbekend, maar feit is dat deze activiteit onder de internettende kleuterjuffen alom bekend is. Je kan met de activiteit meerdere begrippen aan bod laten komen, zoals hoog/laag en meest/minst. Ik zal deze activiteit zo kort mogelijk beschrijven. Als voorbereiding maakt de leerkracht 4 paddenstoelen in verschillende kleuren (alles behalve rood) en zorgt voor voldoende (houten) blokjes.

Lesbeschrijving:

De leerlingen zitten in een kring in de vorm van een hoefijzer, alle kinderen kunnen de tafel goed zien. De leerkracht vertelt een verhaal over de kabouters die in het bos wonen. Alle kabouters wonen in rode paddenstoelen met witte stippen. Op een dag werden alle kaboutertjes wakker (beschrijf wat ze allemaal doen; wassen, tanden poetsen, eten enz. enz.) ze deden hun kabouterdeurtjes open en tot hun schrik zagen ze dat alle paddenstoelen een andere kleur gekregen hadden. De leerkracht zet één voor één de paddenstoelen op tafel en laat de leerlingen de kleuren benoemen. De leerkracht vertelt hoe kabouters reageerden op de gekleurde paddenstoelen (geschrokken/verbaasd/boos/blij, maak er een leuk verhaal van). De kabouters hoeven niet meer in een rood met witte paddenstoel te wonen, ze pakken hun kabouterkoffertjes in en kiezen een nieuwe paddenstoel om in te wonen.

De leerkracht vertelt dat de leerlingen de kabouters zijn en dat zij een paddenstoel uit mogen kiezen om in te wonen. Ze krijgen/pakken een blokje en plaatsen deze voor de paddenstoel waarin ze willen wonen. Als er meer dan één blokje ligt worden de blokjes op elkaar gestapeld en vormen samen een toren.

Als alle kabouters een nieuw huisje gekozen hebben stelt de leerkracht enkele vragen; Waar wonen nu de meeste kabouters? Hoe zie je dat? Hoeveel kabouters wonen er in die paddenstoel? Waar wonen de minste kabouters? Je kan de leerlingen ook blokjes weg laten pakken of op een andere toren laten plaatsen, waar wonen nu de meeste/minste kabouters?

Je kan de leerlingen een voor een een blokje terug in een mand/doos laten leggen, terwijl ze dit doen kunnen zij de blokjes tellen die in de mand liggen. (herhalen van telrij). Totdat alle blokjes verdwenen zijn.

Aan het einde van de activiteit vertel je dat de kabouters het na een tijdje helemaal niet meer fijn vonden om in gekleurde paddenstoelen te wonen, ze wilden weer in een rood met wit gestippelde paddenstoel wonen en zo gebeurde het dat alle paddenstoelen weer rood met witte stippen waren. (de kabouters hadden ze geverfd, de paddenstoelen hoorden dat alle kabouters gingen verhuizen en besloten weer hun oude kleur aan te nemen enz. enz.)

Knutsels etc.

De spin

Tijdens het thema herfst staan bepaalde dieren en insecten centraal. Het thema herfst wordt vaak gekoppeld aan de spin. Op deze pagina vind je enkele knutsels, versjes en liedjes rond de spin.

Kabouters en paddestoelen

Één van mijn collega's heeft met de kinderen herfstknutsels van de kabouter en de paddestoel gemaakt. Ik vind ze erg goed gelukt!

Herfstboom

Bij ons in de klas hebben enkele hadden enkele leerlingen nog grote moeite met het (passief en actief)benoemen van de kleuren. Met behulp van de herfstboom bieden wij de kleuren rood, groen, bruin, geel en oranje aan. Zorg voor voldoende plakfiguren (cirkels) in alle kleuren. Houd met de leerlingen een kort gesprek over wat er gebeurd met de bomen als het herfst wordt. De leerlingen mogen eerst de stam van de boom bruin kleuren (zelf het potlood tussen andere potloden zoeken), de lucht kan bijv. ook blauw gekleurd worden (veel werk!), een andere optie is de boom op lichtblauw papier te printen. De boom had eerst groene bladeren, laat de leerlingen groene cirkels zoeken en enkele opplakken. Ga zo verder met de oranje, rode en gele bladeren. Als laatste worden de bruine bladeren op de grond geplakt. Herhaal de namen van de kleuren regelmatig! klik op de afbeelding voor een grote printbare versie.

Juf Liesbeth heeft met haar groep 4 de onderstaande knutsels gemaakt. Ze heeft foto's gemaakt van het eindresultaat;

Herfstbladeren

Met alle bladeren die buiten op de grond liggen kun je heel veel doen. Enkele voorbeelden:

  • Een ketting van herfstbladeren rijden. Deze kan als slinger opgehangen worden in de klas.
  • De bladerenslinger kan ook aan elkaar geknoopt worden. Met een mooie strik erbij kan deze als krans opgehangen worden.
  • Leg een herfstblad onder een tekenvel, ga hier met een kleurpotlood voorzichtig overheen.
  • Met een herfstblad en wat verf kun je veel kanten op. Zie bijv. de afbeelding hierboven.

Boekentips

De spin die het te druk had

Eric Carle De beschrijving uit het boek zelf zegt alles al: Op een mooie morgen begint spin met het weven van een web. Een voor een komen de dieren van de boerderij haar wat afleiding bezorgen maar de ijverige spin werkt stug door. Ten slotte kan ze laten zien dat haar web niet alleen mooi, maar ook nuttig is. In dit bijzondere boek kunnen kinderen het verhaal niet alleen volgen door naar de tekst te luisteren en de illustraties te bekijken, maar ook door te voelen waar de spin en de vlieg zich bevinden., hoe het web steeds groter wordt en op welke manier de vlieg uiteindelijk in het web terecht komt.
Kortom een geweldig boek!

Versjes en liedjes

Een spinnetje
Een spinnetje, een spinnetje,
dat zocht eens een vriendinnetje.
Het zocht eens hier, het zocht eens daar:
“Och, had, ik mijn vriendinnetje maar!”
Het zocht eens hier, het zocht eens daar:
“Och, had, ik mijn vriendinnetje maar!”

Twee spinnetje, twee spinnetjes,
Die zochten een vriendinnetje.
Ze zochten hier, ze zochten daar:
Toen vonden ze elkaar!
Ze zochten hier, ze zochten daar:
Toen vonden ze elkaar!

De spin wiedewin
De spin wiedewin, de spin wiedewin
Die weeft een web, die weeft een web.
De spin wiedwin, de spin wiedewin.
Daar vangt hij mugjes en vliegjes in.

Onder hele hoge bomen
Onder hele hoge bomen in een groot kabouterbos.
staat een heel klein aardig huisje zomaar midden op het mos.
Ik zou er best in willen wonen, maar ik ben toch veel te groot.
Het is gemaakt voor de kabouters met hun jas en mutsje rood .
Als het 's avonds donker wordt is dat helemaal niet naar,
want dan zitten de kabouters zo gezellig bij elkaar.
Ieder zit dan op een krukje en met een kaarsje in zijn hand
en dan zie je alle lichtjes van kaboutersprookjesland.

Een kabouter met een hele lange baard
Één kabouter met een hele lange baard
Twee konijnen met een strikje in de staart
Drie kamelen in een grote luchtballon
en vier chinezen in de zon.
Vijf paleizen en de koning is niet thuis
Zes agenten die op zoek zijn naar een muis
Zeven dwergen die zoeken naar een schat
en acht soldaten in het bad.
Negen hoopjes op een hele vieze stoep
Tien ministers in een grote pan met soep
Als je oplet, dan weet je het misschien
Ik tel gewoon van één tot tien.

Woutertje kaboutertje
Woutertje Woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje Woutertje, Piepklein kaboutertje
Wiebel wiebel wiebel woep,komt als ik roep.

Ik heb 'm al jaren en nooit geeft 'ie last.
Hij woont in een trommeltje onder de kast.
En 's morgens om zeven uur hoor je geluid,
Dan roept 'ie om eten, dan wil 'ie eruit.

Woutertje Woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje Woutertje, Piepklein kaboutertje
Wiebel wiebel wiebel woep,komt als ik roep.

Ik zag hem voor het eerst op de mat in de gang,
Ik zei goeiemorgen ben jij hier al lang.
Hij zei nou ik denk een minuutje of vijf,
Ik vind je wel aardig, ik denk dat ik blijf.

Oh die...

Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.

Hij is reuze aardig we hebben veel pret,
Maar 's avonds om zeven uur moet 'ie naar bed.
Hij trekt een pyamaatje aan van katoen,
Dan bindt 'ie zijn baard op en krijgt nog een zoen

Oh die...

Woutertje woutertje, wiebel wiebel wiebel woep.
Piepklein kaboutertje komt als ik roep.
Woutertje woutertje, piepklein kaboutertje,
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.
wiebel wiebel wiebel woep, komt als ik roep.